De pingpongtafel

Een persoonlijke ervaring


Toen ik nog getrouwd was stond op een dag de oude pingpongtafel in de woonkamer.
Mijn oudste dochter was een jaar of acht en stond te pingpongen tegen haar vader.
Mark was zes of zeven jaar oud.

Ik was bezig in de open keuken toen ik om de hoek de stem van mijn man hoorde zeggen:
“Wat is er Mark? Wat heb je?”
Ik liep meteen naar de woonkamer en zag Mark stil staan, verstijfd,
vlak voor een enorme straal die uit de pingpongtafel kwam.
Hij zag me aankomen, wees naar die straal en vroeg: “Mam, wat is dat?”

Ik kwam dichterbij en wees naar de barst in de pingpongtafel.
“De tafel is kapot,” zei ik, “zie je die grote scheur hier?
Daar komt die straal uit. Niets aan de hand hoor.”
Ik bewoog mijn hand door de straal heen.
“Och,” viel mijn dochter me bij, “daar kan je gewoon doorheen lopen hoor.”
Ze zei het eerder met minachting, met een ondertoon van
wist je dat dan niet sukkel, dan geruststellend.

Mark hield voorzichtig één vinger in de straal, en liep er vervolgens snel doorheen.
Hij vertrouwde het nog steeds niet echt.
Toen keek ik naar mijn man, en zag dat hij in opperste verwarring,
bijna ontreddering, stond te kijken.

“Zijn jullie hier nou allemaal gek .. of ben ik het? “ vroeg hij.
Opeens besefte ik dat ik met mijn kinderen een gesprek had
over een straal uit een tafel die volkomen onzichtbaar voor hem was.

Hij voelde zich niet alleen buitengesloten.
Dit voorval was een directe aanval op zijn wereldbeeld.
In dit geval kon hij mij niet alleen beschuldigen van wanen of hallucinaties,
omdat mijn kinderen die niet-bestaande straal ook zagen.

Aanvankelijk leefde ik met hem mee en kon me zijn verwarring goed voorstellen.
Maar zijn ontreddering sloeg al binnen een dag om in botte ontkenning.
Wat hem betreft heeft dit hele voorval nooit plaatsgevonden.
En daarmee uit.


December 2009


Licht, duister en het verhaal van Camelot Home